Jurgen Nooren, plantmanager Isover Etten-Leur, blikt terug én vooruit: hybride oven, biobased binder en big baler
Begin dit jaar is Jurgen Nooren als plantmanager begonnen bij de Isover fabriek in Etten-Leur. Hij is geen onbekende in de fabriek, want 20 jaar geleden liep hij al rond als engineer. In gesprek met Jurgen praten we over wat er allemaal veranderd is in de fabriek de afgelopen jaren, het verduurzamen en wat er allemaal nog op de planning staat!
Terug op de plek waar je ooit bent begonnen. Wat zijn de belangrijkste stappen die de fabriek heeft gemaakt?
‘Een hele grote stap die is gemaakt, is de biobased binder (Lanaé). Die testen zijn ongeveer een jaar of 12 geleden begonnen en inmiddels wordt zo’n 60% van ons volume geproduceerd met deze binder. Steeds meer fabrieken van Isover zijn over op deze biobased binder, maar wij als Nederland lopen hier jaren op vooruit ten opzichte van andere landen. Op product gebied is deze biobased binder een enorme stap.
Als je kijkt naar de manier waarop we onze producten maken, hadden wij van oudsher onze glasoven die een grote energieverbruiker was. En daar is een aantal jaar geleden de beslissing genomen om naar een hybride oven te gaan. Met de hybride oven hebben we een oven die gevoed wordt door zowel gas en pure zuurstof als gedeeltelijk elektrisch verwarmd. Waar voorheen het alleen een gasluchtmengsel betrof, maken we nu gebruiken van gas en pure zuurstof. Wat een veel efficiëntere verbranding heeft. Daarnaast zitten er elektroden in de oven. Die fungeren zoals een waterkoker, maar dan op industrieel niveau.
Daarnaast hebben we nog allerlei kleine veranderingen gedaan. We hebben bepaalde blussystemen in de fabriek van stoom naar water omgezet. Stoom produceren is namelijk enorm energie slurpend. Maar ook op het gebied van de verpakkingen hebben we niet stil gezeten. De zijkanten van de isolatierollen werden voorheen strak gemaakt met gasbranders en tegenwoordig doen we dat met elektrische föhnen.
De oven heeft de grootste impact gehad op onze omgeving. Als we puur kijken naar de cijfers van de oven, dan hebben we 55% minder gasgebruik en dus 55% minder CO2 uitstoot en 50% minder stikstofuitstoot. Mooie cijfers dus!’
Jullie hebben nog een mooi project lopen op dit moment, namelijk de big baler? Kan je daar iets over vertellen?
‘Dat is een machine waarbij we inspelen op de vraag vanuit de markt. Dat is vooral voor twee markten, namelijk prefab en inblaasisolatie voor in de spouw. De prefab markt is voor ons erg belangrijk, omdat we zien dat dat de toekomst is. Op dit moment maken we kleine zakken, van 15, 17 of 18 kilo. En dat is best wel arbeidsintensief. De verwerkers moet die kleine zakken tillen en openmaken. We hebben recent een machine geïnstalleerd, die grote balen maakt van 145 kilo. Deze balen kunnen machinaal verwerkt worden, dus er komt in principe weinig menselijke handelen meer aan te pas. Hiermee spelen we in op de vraag van onze klanten om het arbeidsintensieve weg te halen. Deze machine is niet alleen voor de Benelux, maar voor heel Europa.’
De nieuwe EPD’s zijn binnenkort beschikbaar, met daarin de nieuwe oven opgenomen. Wat verwacht je hiervan en hoe kunnen we de EPD’s nog beter maken?
‘De EPD’s zullen er een stuk gunstiger uitzien, met alle grote projecten die we de afgelopen jaren hebben gedaan. Dus dat gaat zeker impact hebben. Maar we hebben natuurlijk een longterm roadmap, waarbij we nog meer willen elektrificeren. Zodat we nog meer reductie zien in de toekomst. Je kan hierbij denken aan de uithardingsoven, maar ook de oven die recentelijk vernieuwd is. Misschien is over het 10 á 12 jaar wel mogelijk om deze volledig elektrisch te laten draaien. Ook ons vervezelingsproces is nu op gas, maar we willen overstappen naar biogas. Bij dit soort projecten hebben we de hulp nodig van de lokale overheden. Daarom zijn we in gesprek met de provincie, de gemeente en lokale aannemers wat de mogelijkheden zijn om verder te verduurzamen.’
Dit zijn grote projecten, zijn er ook projecten die we op de korte termijn gaan uitvoeren?
‘Door deze grote projecten hebben wij onze doelstelling van 2030 al gehaald. Maar het komende jaar zetten we in op onze lijn efficiëntie. Je kan hierbij denken aan het optimaliseren van schakelingen. Dus van de ene dikte naar de andere dikte schakelen. Maar ook het opstarten van de productielijnen. Hierdoor gaan we ook energie besparen en afval reduceren.’
De mensen in de fabriek zijn een belangrijk onderdeel. Hoe hou jij de medewerkers gemotiveerd en aangehaakt bij alles wat er gebeurt in de fabriek?
‘In de zomer van 2024 is ons zusterbedrijf Adfors die bij ons op locatie zat verhuist naar Polen. Er viel toen wel even wat weg, maar er staat weer veel te gebeuren de komende tijd. Vanaf volgend jaar komen namelijk Saint-Gobain Solutions en Cultilene naar onze site in Etten Leur. Er komen dus nieuwe mensen op het terrein, wat een leuke ontwikkeling is voor het huidige team.
Daarnaast communiceren we via een wekelijkse nieuwsbrief, medewerkers in de fabriek en daarbuiten over wat er allemaal gebeurt bij ons in de fabriek. Dat kan gaan om dingen die op de productievloer gebeuren, maar ook updates over grote projecten. Daarnaast geven we 4 keer per jaar een update over het bedrijf en over de projecten die lopen. Zo houden we iedereen goed geïnformeerd.
Na mijn komst zijn we ook meer activiteiten gaan organiseren. Zo hebben we pas geleden een interactieve veiligheidsdag georganiseerd. Waarbij mensen in teamverband opdrachten en activiteiten hebben gedaan. Informatief, maar ook belangrijk voor de teambuilding.
En binnenkort laten we een klein parkje op het terrein aan leggen. Dat heeft twee redenen: de biodiversiteit op het fabrieksterrein een ruimte geven, maar ook dat de mensen een mooie buitenlocatie hebben. Waar ze kunnen lunchen, wandelen, elkaar ontmoeten of vergaderen.
Daarnaast zijn we met de gemeente ook aan het kijken of we het terrein voor ons kantoor kunnen ontwikkelen als parkje voor het hele bedrijventerrein. Daar zouden dan verschillende bedrijven profijt van hebben. Platform Groot Oost is nu met verschillende bedrijven hier op het terrein aan het kijken hoe we hier gezamenlijk invulling aan kunnen geven.’
Welke uitdagingen zie jij de komende jaren?
‘We hebben steeds meer te maken met strengere milieueisen. Dat zien we natuurlijk in de bouw terug, maar daar hebben wij ook mee te maken. Dus het is belangrijk dat we daar goed op inspelen. Binnenkort start er een milieukundige die zich hier volledig mee bezig zal houden.
Ook wij zien dat jong talent aantrekken lastiger wordt. Zeker technische mensen in een productieomgeving. We proberen zoveel mogelijk naar scholen te gaan en op beurzen te staan. En daarnaast hebben we regelmatig trainees en stagiaires rondlopen.
Als laatste is het recyclen van glaswol enorm belangrijk. Isolatie wat uit gebouwen komt, moeten we makkelijker terug laten brengen in ons productieproces. Glaswol is een typisch circulair product en we willen dit steeds meer als grondstof gebruiken. Dat is een uitdaging, maar met één stap tegelijk komen we daar steeds verder mee.’
Publicatie: 16 december 2025
Fotograaf: Pieter Bas Doornenbal - Eyelike