Bouwbesluit eisen en NEN-normen
Gebouwen die in Nederland gebouwd of verbouwd worden, moeten voldoen aan de Nederlandse Woningwet en het hiervan afgeleide “Bouwbesluit”.
Dit Bouwbesluit viel voorheen onder het ministerie van VROM, maar valt na de opheffing van dit ministerie in het huidige kabinet onder het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. U kunt het Bouwbesluit online bekijken.
Minimumeisen warmte-isolatie
In hoofdstuk 5 (Energiezuinigheid) stelt het Bouwbesluit een aantal minimum eisen op het gebied van warmte-isolatie voor het (ver)bouwen van woningen en andere gebouwen. Voor woningen en de meeste utiliteitsgebouwen (art 5.2) wordt bijvoorbeeld een warmteweerstand van constructies zoals gevels en daken geëist van ten minste 2,5 m2.K/W. Deze warmteweerstand wordt ook wel Rc-waarde genoemd. Hoe hoger de Rc-waarde hoe beter de warmteweerstand.
De Rc-waarde wordt door een rekennorm bepaald: de NEN 1068. Samen met de hiervan afgeleide belangrijke praktijkrichtlijn NPR 2068 kan de Rc-waarde van een constructie worden bepaald. De norm en praktijkrichtlijn zijn te bestellen bij NEN.
In het gratis rekenprogramma Termical van Isover kunt u zelf op basis van bovenstaande normen Rc-waarden uitrekenen van constructies geïsoleerd met Isover producten.
De minimum eis voor Rc-waarde zal bij de aanpassing van het Bouwbesluit april 2012 stijgen van 2,5 m2.K/W naar een Rc-waarde van 3,5 m2.K/W.
EPC: instrument voor energiezuinig bouwen
De overheid heeft de realisatie van meer energiezuinige gebouwen fors gestimuleerd door de introductie van de EPC, de EnergiePrestatieCoëfficiënt. De EPC is een dimensieloos getal dat per gebouwcategorie aangeeft hoe energiezuinig een gebouw is. Naast de isolatie spelen ook zaken als de kierdichtheid, de installaties, de oriëntatie van een gebouw, het type beglazing en het ventilatiesysteem een rol bij de berekening van de EPC. Door in het Bouwbesluit de gevraagde EPC voor nieuwbouw regelmatig aan te scherpen wordt in een snel tempo voortgang geboekt.
Per 1 juli 2012 zal de nieuwe norm EPG in werking treden. De EPG, NEN 7120, is de nieuwe methode voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen. De EPG vervangt de tot daarvoor geldende NEN 5128 voor woningen en de NEN 2916 voor utiliteitsbouw.
De nieuwe norm is op een aantal punten aangepast. Zo sluit de norm beter aan bij de bouwfysische werkelijkheid. Daarnaast is de infiltratie (energieverlies door luchtlekken in het gebouw) en ventilatie herzien. Ook zijn er meer technieken opgenomen die voorheen alleen als gelijkwaardigheidsverklaringen waren opgenomen.
Sinds 2011 moeten alle woningen een EPC hebben van 0,6 of lager. Vanaf 2015 wordt dit nog verder aangescherpt naar 0,4 of lager. De stap die daarna volgt is energieneutrale nieuwbouw. Dit halen we niet zo maar. Om aan deze eisen te voldoen, zullen we naar de beste combinatie van energiebesparende oplossingen moeten gaan kijken.
Ook aan de meeste utiliteitsgebouwen worden EPC-eisen gesteld. Denk aan kantoren, winkels en scholen. Die eisen zijn over het algemeen wat minder streng dan voor woningen. Tussen de 1,0 en 2,6
Wat is het verschil tussen de EPG en de EPC?
De EPG is iets anders dan de EPC (energieprestatiecoëfficiënt). De EPC geeft het minimale niveau aan waar een nieuw gebouw aan moet voldoen. De EPG is de bepálingsmethode. Vooralsnog geldt de EPG alleen voor nieuwbouw, maar op termijn zal ook de bestaande bouw worden bepaald met de EPG.
EPC-wijzer
Om u een handje te helpen met deze nieuwe regelgeving geeft Isover oplossingen en tips om tot een EPC van 0,6 te komen. Hierbij kijken we niet alleen naar de isolatiewaarde, maar ook naar luchtdichtheid en het verminderen van lineaire warmteverliezen (koudebruggen).
Met de
EPC-wijzer kunt u variëren met de hoogte van de Rc en de waardes voor lineaire warmteverliezen en ongewenste luchtstromen waardoor u vanzelf ziet hoe u de EPC het beste kunt beïnvloeden op een manier die past bij uw eisen en uw ontwerp.
Isover heeft voorbeeldberekeningen gemaakt voor vier referentiewoningen (zoals omschreven door Agentschap NL). Daaruit blijkt dat óók met een smalle spouw en relatief dunne isolatie een EPC van 0,6 heel goed haalbaar is. Gewoon met de vertrouwde isolatie-oplossingen van Isover.
Rc-waarde verhogen
De berekeningen komen bijvoorbeeld uit op een EPC van 0,57 voor een standaard rijhoekwoning met een spouwmuur van 350 mm, met daarin 115 mm Isover minerale wol als isolatiemateriaal (Rc = 4,0 m2.K/W).
Nog beter isoleren, tot een Rc van 4,5 of 5,0, levert nog 0,01 of 0,02 extra EPC-punten besparing op. Met de
EPC-wijzer kunt u zelf met deze berekeningen spelen en ziet u meteen hoe u nog veel meer EPC-punten kunt sparen. Bijvoorbeeld door te kijken naar aspecten als koudebruggen of luchtdichtheid.
Koudebruggen reduceren
In de nieuwe EPC-rekenmethode wordt uitgegaan van standaard, forfaitaire waardes voor lineaire warmteverliezen, oftewel: koudebruggen. Deze koudebruggen treden op bij aansluitingen rond kozijnen of tussen gevel en dak en gevel en fundering. Door deze knooppunten nauwkeuriger te detailleren, kunt u de forfaitaire waardes vervangen door verbeterde waardes. Met als resultaat een besparing tot zo’n 0,07 ECP-punten, zo blijkt uit onze berekeningen.
Luchtdichtheid verbeteren
Ook voor ongewenste luchtstromen (infiltratie) gelden standaard, forfaitaire waardes in de nieuwe EPC-rekenmethode. En ook deze waardes kunt u aanzienlijk verbeteren door zowel in de ontwerp- als de uitvoeringsfase meer aandacht te besteden aan de luchtdichtheid. Het Isover Vario assortiment (
www.isover.nl/vario) biedt daarvoor de benodigde materialen. Zo spaart u eenvoudig nog eens 0,03 tot zelfs 0,05 extra EPC-punten.